Hoe werkt GNSS

Hoe werkt GNSS

Het meten van tijd

Een GNSS-ontvanger berekent een positie op de aarde door de “tijd” te meten dat een radiosignaal tussen de satelliet en de ontvanger onderweg is. Er wordt dus geen hoek berekend, zoals veel gedacht wordt. Bij de berekening van de positie van de GNSS ontvanger zijn minimaal 3 satellieten nodig.Om naast de positie ook de hoogte te kunnen bepalen is een vierde satelliet nodig.
De satellieten draaien in vaste banen om de aarde en passeren ons twee maal per dag. Iedere satelliet stuurt een uniek radiosignaal uit. Dit signaal bevat het nummer, baanparameters, tijd etc van de satelliet. Deze gegevens worden gebruikt in de GNSS ontvanger om een positie te kunnen bepalen op aarde. Iedere GNSS ontvanger heeft een almanac, welke continue ververst wordt. De almanac bevat de posities van alle satellieten op elk moment van de dag.

De satellieten zijn voorzien van een atoomklok en geven dus zeer nauwkeurig de tijd weer.
Is dit namelijk niet het geval dan zal een tijdsverschil van een 0.05 seconde al een afstandsverschil geven van 14989 km hier op aarde.

Positiebepaling tot op de cm nauwkeurig

De positie die verkregen wordt kan verbeterd worden door gebruik te maken van differentiaalcorrecties. Hiervoor zijn vaste basisstations nodig met een vaste gekalibreerde positie.  Door het positieverschil te berekenen tussen de vaste positie van het basisstation en de bij benadering doorgegeven positie ontstaat een zeer nauwkeurige positiebepaling.
Echter ligt het aan het type GNSS ontvanger of deze wat met de correctiedata kan doen. Alle consumenten GNSS ontvangers kunnen en doen hier niets mee waardoor de nauwkeurigheid in meters zal zijn. De zogenaamde High End GNSS ontvangers hebben wel de mogelijkheid om de correcties te ontvangen en deze mee te nemen in de berekening  en kunnen daardoor tot op de cm nauwkeurig zijn.